zondag 14 oktober 2012

Reisverslag, dag 4

Maandag 1 oktober.
De nacht duurt lang en brengt weinig slaap. Er zijn zoveel indrukken, zoveel gedachten.. Kennelijk heb ik het nodig om zo mijn kersverse indrukken op een rijtje te krijgen. We slapen in één van de mooiste huizen van het dorp. De vader van het gezin heeft het huis zelf gebouwd. Naast hun huis wordt hard gewerkt aan een woning voor dochter en schoonzoon. De meeste huizen in het dorpje zijn aanzienlijk armoediger. Sommige mensen hebben geen dak, of alleen maar plastic dakbedekking. De kinderen zien er blij uit, maar armoedig en – vaak - onverzorgd. Jonge meisjes lopen met een baby op de arm of in een wandelwagen. Wat hebben ze een ander leven dan onze kinderen.. Wat hebben wij het goed..
Na het ontbijt nemen we afscheid van ons logeeradres. Omdat een paar mensen van de groep een bespreking hebben om 11 uur, is er nog wat tijd over die opgevuld wordt met een ritje naar de grens met Oekraïne. Daar aangekomen worden we net aan de andere kant van het grensmuurtje gefotografeerd. De wachtposten iets verderop houden ons ongetwijfeld goed in de gaten.

Tussen de middag worden we opnieuw verwacht bij de Tesco voor een Halve Gegrilde Kip, maar daar zijn we unaniem nog niet aan toe. In overleg worden er broodjes en fruit gehaald en iedereen is blij. Nou ja, bijna iedereen.
Na de middag bezoeken we een plaatsje (Nyirbertek) waar een gemeente is. We zien de schuur waar de diensten eerst gehouden werden. Aan de overkant van de weg is het gebouw waar nu de kerkdiensten zijn. De voorgangster is een Gipsy vrouw, die enorm veel visie (en hart) heeft voor haar dorp. Ze heeft het verlangen om een vrouwengroep te starten, waarin ze ook een voorlichtingsprogramma wil opnemen. Er moet iets komen om kinderen op te vangen, ze wil cursussen geven… Teveel ideeën om op te noemen.
Hierna reizen we naar Hajduhadhaz en Hajduboszormeny; twee plaatsen waar een gemeente is en een kerkgebouw; de ene bijna klaar, de andere net begonnen. Bouwmaterialen zijn niet duur voor onze begrippen en uurloon wordt niet gerekend, want de kerkleden doen zelf de werkzaamheden. Mooi om te kunnen zien, dat wanneer je een bedrag aan geld geeft, wat voor onze begrippen een druppel op de gloeiende plaat is, dat het voor hen echt een groot verschil kan maken.
We reizen door naar de plaats waar we overnachten, maar krijgen eerst nog een heerlijke maaltijd aangeboden door Mama Koszta: appelsoep, pasta met vlees en een soort ragout, vergezeld van zef ingemaakte augurken.
Het huis waar we verblijven doet me denken aan de woning van mijn opa en oma vroeger. Maar dan nog eenvoudiger. Elektriciteit is er wel, stromend water niet. De put voorziet in een behoefte, maar daarop is alleen een buitenkraan aangesloten. Onze gastvrouw moet elk emmertje water van buiten halen. Een douche is er dus niet; elke morgen verwarmt ze voor ieder van ons een teiltje schoon water. De wc vinden we ergens achter in de tuin. (Als de deur open staat is er niemand, anders is hij bezet). Er is een tuin waar kippen rondlopen, er staan wijnranken – waarbij de laatste druiven voor ons zijn bewaard -, er zijn aardappels verbouwd en in de kelder is de hele wintervoorraad verzameld. Zelfvoorziening zoveel als het kan. En soms een ruilbeurs: als ik eieren geef aan jou, geef jij dan melk aan mij?
Het is niet moeilijk om je hier thuis te voelen..

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen