dinsdag 16 oktober 2012

Reisverslag, dag 7

Donderdag 4 oktoberDeze ochtend hoeven we geen inkopen te doen, want wat er vandaag nodig is hebben we gisteren al aangeschaft. Na het ontbijt rijden we eerst naar een plaats waar een tijd geleden een catastrofe plaatsvond. Het lemen huis van een gezin met elf kinderen stortte in. De overheid bemoeit zich amper met zigeuners, maar nu werden er negen kinderen van dit gezin in een kindertehuis geplaatst. Er werd provisorisch een nieuw lemen hutje gebouwd, waar man en vrouw en twee kleine kinderen intrek in namen. Bij een eerdere reis van Stichting EU-Roma is er een sponsor gevonden, waardoor er nu een nieuw huis gebouwd gaat worden (met stenen) voor dit gezin.









Vervolgens gaan we naar Adoni. We worden gesignaleerd, met onze witte bus, door een man en een stel kinderen die met paard en wagen juist het dorp uit willen rijden. Met een grote zwaai draaien ze om en juichend en joelend rijden ze met ons mee in de richting van hun huis.

Adoni is een klein dorpje, en er is al wat langere tijd hulp. De families hebben allemaal een soort opslagruimte waar ze zakken aardappelen bewaren en ook lege maiskolven, die gebruikt worden als brandstof. De kinderen in dit dorp zijn erg knuffelig, we worden echt met open armen ontvangen. Een oudere man blijkt prima Engels te spreken. We geven weer pakketten af, en bidden voor de mensen. Wat later staan we bij de auto en komen er wat mannen naar ons toe, het lijken de dorpsoudsten, en ze vragen gebed. Midden op de weg maken we een kring en bidden samen of God hen in de komende tijd, waarin de winter nadert, nabij wil zijn en of Hij hen wil zegenen en hun leefomstandigheden wil verbeteren. Wat is dit bijzonder!
De laatste plaats die we bezoeken  is er ook één van diepe ellende: Silindru. Alleen al om hier te komen moet je goed gemotiveerd zijn, want de weg ernaar toe is kilometers lang hobbelweg. Hier en daar rijden we zelfs beter door het pasgemaaide maisveld dan over de weg. De vrouw van het dorpshoofd / de voorganger is een forse vrouw met een groot oranje T-shirt, waarop staat: ‘Marco, laat ons niet Basten!’ We krijgen een rondleiding door het dorp. Een vrouw is aan het koken: een buitenvuurtje met daarop een pot. We mogen er een blik in werpen: wat witte bonen en wat gerookte botten – voor de smaak- , verder alleen water. Een andere vrouw heeft een grote pan op het vuur staan met aardappelschillen. Er zijn een paar huizen die goede bouw hebben, maar ook hier zijn krotjes en hutjes die de naam ‘huis’ niet waard zijn.

Het is ons laatste dorpje, maar we hebben voorlopig genoeg gezien, gehoord, geroken…
Die middag worden we ergens uitgezet waar we mogen winkelen, de ‘Kalverstraat’ van Oradea. Opnieuw ervaren we grote weerzin, we lopen een rondje, en gaan ergens wat drinken. Nee, dat zou ontzettend not-done zijn om nu ‘lekker te gaan shoppen’. We hebben met een aantal mensen van de groep één wens: als souvenir een koffiemakertje mee te nemen zoals Mama Koszta heeft, gewoon een simpele percolator, die je op het gas gebruiken kunt (Mocht de elektriciteit nog eens uitvallen…). Laten we die nu net de laatste vijf minuten tegen komen!
Vanaf Oradea rijden we de grens naar Hongarije weer over, want er staat nog een bezoekje op de planning aan Hessel en Prisca Keuter, die sinds begin dit jaar daar zijn gaan wonen. Het is fijn om ze weer te zien en te spreken.
Als we laat op de avond (10 uur) terug komen heeft Mama Koszta nog goulashsoep en pannenkoeken voor ons klaar staan. Ons laatste avondmaal!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen